“Je sprak over trauma tijdens onze kennismaking,” zei ze. “Pff, ik vind dat zo’n zwaar woord. Trauma is wanneer je iets ergs meemaakt… zoals de aanslagen in Zaventem bijvoorbeeld. Dát is trauma, dan heb je pas recht van spreken om het moeilijk te hebben… zoiets?” vraag ik haar.
Ze bevestigt: “Ja, dát is trauma… wat ik heb meegemaakt is toch geen trauma.” “Noem het relationeel trauma of soft trauma,” zeg ik, “maar kijk naar jouw symptomen: overmatig piekeren, angstig zijn, slecht slapen, paniekaanvallen, depressieve gedachten, hartkloppingen wanneer je nog maar aan die persoon denkt… hoe zou jij dat noemen?” “Dat ik zwak ben,” antwoordt ze, “want iemand anders heeft daar blijkbaar toch niet zoveel last van…”
Het grote verschil hier is, leg ik haar uit, dat het er langzaam in sluipt. Je hebt niet altijd door hoe het onder je vel kruipt of hoe die persoon impact heeft op jouw welzijn. Een trauma als gevolg van een aanslag is een korte, hevige impact die iedereen onmiddellijk kan plaatsen. Maar relationeel trauma is iets heel anders. Het begint met een kleine spanning die je niet kunt thuisbrengen. Je schenkt er weinig aandacht aan, maar dan gebeurt het opnieuw en begin je jezelf in vraag te stellen. Wat doe ik mis? Je onderneemt pogingen om het anders te doen, maar zonder veel resultaat. Je merkt dat je meer en meer op je tenen begint te lopen in de buurt van die persoon. Je ervaart spanningen als hij of zij nog maar in de buurt is, tot je moet vaststellen dat die persoon een constante bron van onrust is geworden. Ze zijn onder je vel gekropen en je neemt ze overal mee naartoe in je gedachten. Het is zoals een blauwe plek. Stel je voor dat je een kleine blauwe plek hebt op je arm — dat is jouw gevoeligheid uit jouw verleden, iets wat je hebt meegekregen uit je gezin van herkomst misschien, of een andere kwetsuur. Bijvoorbeeld onzekerheid, of dat je voor iedereen goed wilt doen en daarbij je eigen grenzen verliest. En dan komt die persoon op je werk, die niet per se weet dat jij daar een blauwe plek hebt, maar die duwt er elke dag tegen, een paar keer, opnieuw en opnieuw. Waardoor die blauwe plek, die je anders niet echt voelt, nu een zeurende pijn wordt die maar niet weggaat. Het is een andere vorm van trauma, maar evenzeer trauma. Het doet evenzeer pijn.
De vraag is niet zozeer of jij zwak bent omdat jij eronder bent beginnen lijden en een andere collega dat makkelijk over zich heen kan laten gaan. De vraag is: “Wie in jou heeft zo lang volgehouden om in die professionele relatie te blijven investeren? Wie in jou bleef proberen om goed te doen, het recht te trekken, zichzelf uit te leggen? Wie in jou vond dat je dit moest blijven proberen?” Ze schiet vol en voelt het onmiddellijk — dat is diezelfde die bleef proberen om goed te doen voor haar vader, voor wie het nooit goed genoeg was, antwoordt ze…